Niet iedereen met een minderwaardigheidscomplex is een strijder

Mohammed Al-GhazaliImam Mohammed Al Ghazali zei ooit:

Ik verafschuw de gelovigheid (iemaan = geloven in God en het beseffen van Zijn bestaan = vroomheid) van een dwaas, omdat zijn dwaasheid heeft de kleur gekregen van ‘gelovigheid’ en ik verafschuw de gelovigheid van een nietswaardige want zijn nietswaardigheid heeft de kleur gekregen van Godvrezendheid (taqwa)

Iemand voegde aan de uitspraak van Al Ghazali het volgende toe:

En ik verafschuw de toewijding van monsters wiens monsterlijkheid de kleur heeft gekregen van toewijding.

Wat wordt hiermee bedoeld eigenlijk? Namelijk het volgende:

Onthoud dat jouw religieuze identiteit niet is wat jou heeft gemaakt wie je bent. Het is voor velen een wishful thinking dat ze denken dat de religie die ze aanhangen hun echte identiteit is. In mijn bewoordingen: dat is gewoon lariekoek. Religie kan weliswaar een hoop dingen in iemand veranderen, maar zijn ware aard verandert daardoor niet. Stel je bent opgegroeid met een minderwaardigheidscomplex. Je wordt puber of volwassen. Je was voorheen niet echt met het geloof bezig, maar op een dag zag je het ‘licht’ en je herkeerde of zelfs bekeerde tot de islam. Denk je daadwerkelijk dat jouw minderwaardigheidscomplex opeens gaat verdwijnen door de ontdekking van het geloof? Denk je echt daadwerkelijk dat je er door ook een ‘betere’ mens bent geworden?

Niets is minder waar van dit allemaal. Dat zijn slechts wishful thinkings wanneer mensen denken dat door het geloof ‘veranderd’ zijn. Ja van de buitenkant wel inderdaad. Hoe je naar mensen reageert en jouw status en houding naar anderen. Maar diep binnen, ben je gewoon wie je altijd was. Dat kan je niet zo maar veranderen door opeens moslim of praktiserend te worden. Van de buitenkant zal je weliswaar bepaalde gedragsverandering meemaken, ‘leren’ anders te kijken naar de dingen, maar jouw mentaliteit en je zelfbeeld verandert niet zo maar opeens.

Stel dus dat een jongen is opgegroeid met een minderwaardigheidscomplex. Om geen misverstanden hierover te laten ontstaan dienen we eerst stil te staan bij wat ik bedoel met ‘minderwaardigheidscomplex’. Dit is namelijk een breed begrip en iedereen heeft een eigen interpretatie ervan wanneer hij het leest, maar hier zal ik het hebben over wat ik daar zelf onder versta. Want voor de duidelijkheid: niet alle minderwaardigheidscomplexen zijn hetzelfde. Mocht jij dus toevallig ooit te horen gekregen van een psychiater dat je daar aan lijdt, dan moet je het gene wat ik hierna ga zeggen niet bij jezelf bespiegelen.

Wat ik bedoel met minderwaardigheidscomplex, is iemand die opgegroeid is met een zwaar negatief zelfbeeld als kind, maar in dit geval in combinatie met een opvoeding waar agressie bij komt kijken. Want er zijn veel kinderen, heel veel…, die opgroeien met een negatief zelfbeeld, maar het betekent niet meteen dat ze ook agressief kunnen zijn. Een wankelend zelfbeeld is eigenlijk heel normaal. Ik durf haast te zeggen dat minstens de helft tot een meerderheid mensen daar min of meer aan lijden, maar dan op verschillende manieren en met verschillende niveaus. De groep waar ik het over wil hebben, is de groep die dus hier aan lijdt in combinatie met agressie. Deze agressie kan iemand ontwikkelen indien hij naast bepaalde (geestelijke) verwaarlozingen tijdens de opvoeding, ook door zijn opvoeders een hoge dosis agressie meekrijgt. Denk aan zowel fysieke als aan geestelijke mishandeling. Ouders die er een gewoonte van maken hun kind te slaan bij de fouten die hij maakt, scheldpartijen, verbale vernederingen et cetera, of dat het kind gewoon te vaak getuige is geweest van mishandeling van een van de ouders, meestal de moeder door haar man in dit geval. Al deze vormen van agressie neemt het kind met zich mee en beginnen zijn persoonlijkheid te vormen waardoor zijn minderwaardigheidscomplex ontstaat. Het negatief gedrag van de opvoeders naast hun agressie naar het kind toe, zorgen ervoor dat het kind niet alleen zich minderwaardig voelt, maar ook ‘agressie’ in zichzelf ontwikkelt. Deze agressie krijgt verschillende vormen aan. Hij kan het uiten in zijn gedrag door bijvoorbeeld een pestkind te worden. Slaan en schelden, maar hij kan het ook leren opkroppen. Nou onthoud de term ‘opkroppen’ of zoals men in de psychologie de voorkeur geeft aan de term ‘verdringing’. Hij verdringt als het ware zijn agressie. De reden waarom hij dat doet is omdat hij enigszins beseft dat ‘agressie’ niet goed is en hem zal niet goed doen om het te vertonen. Zijn verstand weerhoudt hem namelijk. Maar dat wil niet zeggen dat hij het niet heeft. Hij draagt het nog wel bij zich. Daarom de term ‘verdringing’. Het betekent dat het er nog is, maar het is onderdrukt tot in het onderbewustzijn. Zo een jongere groeit dus op met een minderwaardigheidscomplex met verborgen agressie in zich. Omdat hij zich minderwaardig voelt, zoekt hij dan constant naar wat hem gelukkig maakt en ‘toevallig’ kwam hij het geloof tegen. Hij omarmt het en vindt daarin zijn heil. Omdat hij afstand wil nemen van zijn oude identiteit waar hij niet mee tevreden is, probeert hij een nieuwe identiteit aan te nemen en dat is die van zijn geloof. Met de nadruk op de term ‘proberen’, want feitelijk is dat niet een makkelijke taak. Je kan proberen jezelf in je gedrag te veranderen. Stel dat je een jongere was die met andere jongens drugs ging gebruiken, of diefstallen plegen, of meisjes op straat lastig vallen et cetera, maar nu je een praktiserende gelovige bent geworden houd je daar allemaal afstand van. Al deze veranderingen in gedrag zijn feitelijk uiterlijke veranderingen. Maar wat hij niet makkelijk kan veranderen, is zijn psyche. Zijn ware psychische aard die hij van kinds af aan mee heeft gekregen. Met andere woorden: zijn minderwaardigheidscomplex en zijn agressie draagt hij nog steeds in zich. Sterker nog: hij kijkt nog steeds naar de wereld met de bril van zijn minderwaardige gevoelens en zijn agressie. Alleen er gebeurt één iets wat hij bij zichzelf niet in de gaten heeft. Namelijk dat zijn minderwaardige gevoelens in combinatie met die agressie, een nieuwe jasje krijgen. Voorheen gebruikte hij ze op een negatieve manier. Bijvoorbeeld tegen andere kinderen of gewoonweg als zijn manier van reageren op alles, maar nu dankzij zijn omarming van de islam, geeft hij het een nieuwe vorm aan. Omdat hij met die bril naar alles kijkt, zal hij dus ook het geloof vanuit die bril bekijken. In de islam zal hij zoeken naar het gene wat zijn agressie kan sussen. Met andere woorden: hij zal zoeken naar iets in het geloof wat overeenkomstig is met zijn innerlijke agressie. Vanwege deze bril, zal hij dus bijvoorbeeld alles wat met ‘agressie’ te maken heeft binnen het geloof aangrijpen om uiteindelijk zijn eigen agressie daarmee te kunnen uiten. Dit is de reden waarom je veel jongeren die pas praktiserend zijn geworden, zul je ze soms zien jihad in de zin van strijd heel erg interessant vinden en zelfs prioriteit eraan geven. De barmhartige kant van de islam vinden ze weliswaar interessant en die erkennen ze ook, maar het spreekt hun gevoelens niet zo sterk aan zoals teksten die over oorlog en geweld gaan. Het probleem met zo een jongere is dat hij veel agressie in zich heeft en hij zoekt naar manieren om die agressie kwijt te raken. Daarom spreekt ‘jihad’ in de zin van strijd hem heel sterk aan. Het krijgt zelfs veel prioriteit in zijn leven. Zijn dorst om het te lessen is groter dan onderwerpen die over barmhartigheid gaan. Om die reden is dat vaak het belangrijkste wat hij voor zich ziet als het om de islam gaat. Wat barmhartigheid betreft, dat is iets voor ‘mietjes’. Hij zelf heeft de drang zich te bewijzen door haantjes gedrag en hoe hij dat het beste kan doen is door middel van strijd. daarom spreken foto’s met wapens, zwaarden, jihadistische taal met geweld en dergelijk hen meer aan. Dat geeft hen het gevoel dat ze ‘sterk’ zijn. Dit is de reden waarom hun retoriek ook regelmatig bestaat uit tekst met dreigende taal, veroveringsdrang en dominantie…

Dit is de reden waarom het nooit ligt aan het geloof zelf wanneer je agressieve ‘jihadisten’ meemaakt. Het is niet het geloof wat hen zo heeft gemaakt, maar het is hun agressieve mentaliteit die ze vertalen in de vorm van geloof wat hen zo maakt. Zij grijpen het geloof aan als kans om hun agressie te mogen uiten. Feitelijk, zijn ze dus hun agressie aan het legaliseren op een positieve manier. Voor zover je dat ‘positief’ kunt noemen uiteraard, maar dat is wel waar ze van overtuigd zijn.

Dit is namelijk wat imam Al Ghazali dus bedoelde. Dwaze moslims die dus hun dwaasheid uiten namens het geloof. Ze omarmen de islam om hun dwaasheid namens gelovigheid te kunnen uiten. Wie hier de pineut van wordt is het geloof zelf. Mensen die geen verstand hebben van zulke zaken en dus die vrij oppervlakkig zijn, geven makkelijk het geloof de schuld voor het agressief gedrag van enkele moslims en dat zijn vaak o.a. PVV-aanhangers. Wilders en consorten. Maar vergis je niet. Onder de moslims heb je ze ook die zo oppervlakkig kunnen beoordelen. Dit heeft namelijk niets met moslim of geen moslim te maken. Minderwaardigheidsgevoelens in combinatie met agressie vind je in elk cultuur en in elk land. Alleen iedereen uit het namens het gene wat hij in zijn leven meegekregen heeft. Niet alleen namens religie, maar namens alles: van een bankier namens het geld tot een crimineel namens het geweld.

De foto hierboven is een van mijn favoriete boeken van Imam Al Ghazali. Hij is in 1996 overleden, maar zijn geest leeft voort in mijn denkwijze. Hij is een van de meest invloedrijke geleerden op mijn visie over het geloof. Hij heeft in de jaren tachtig en negentig in Algerije gewoond en ik was een trouwe kijker naar zijn lezingen op televisie. De geleerde spatte van wijsheid en diepzinnigheid. Een imam die ver vooruit was met zijn gedachten dan een hoop anderen uit zijn tijd.

Lees hier meer over zijn leven: Mohammed Al-Ghazali

Lees of reageer mee op Facebook. Klik hier.

Badr Youyou

Advertenties